Columns


Op deze pagina verschijnen zo nu en dan columns en/of gedichten, geschreven door medebewoners. Vindt u het leuk om ook eens zo’n column of gedicht te schrijven? Wij plaatsen deze graag. U kunt uw bijdrage dan insturen naar redactie@decomponist.info. Let erop dat de column en/of gedichten niet meer dan 500 letters en tekens bevatten en voeg zo nodig een bijpassende foto toe. Zorg dat u de foto in de hoogste resolutie toestuurt.


De laatste punt

Bijna twintig jaar geleden begon ik met het schrijven van korte verhaaltjes. Gewoon voor mijzelf en voor wat vrienden en kennissen. Over de buurt, vakanties, familie, huisdieren, soms een mening over wat er in de wereld gebeurde en soms alleen maar een gedachte die toevallig voorbij kwam wandelen.

Later bleken die stukjes ineens een naam te hebben: columns. Dat klonk meteen een stuk serieuzer dan “ik tik af en toe een verhaaltje”. Daar hoorde blijkbaar zelfs een eigen website bij en zo ontstond ernstleupen.nl. Hoe verzin je het? De site bestaat overigens niet meer.

Soms waren de verhalen echt gebeurd, soms een beetje aangedikt en soms volledig uit mijn duim gezogen. Zoals het avontuur in St. Croix de Baudet, waar een kapelaan, twee kwajongens en een doos rondvliegende eurobiljetten samen zorgden voor een verhaal dat natuurlijk keurig thuishoorde in de categorie “fake nieuws”.

Toen wij in De Componist kwamen wonen ging de pen gewoon door. Vanaf 2017 verscheen er op onze eigen website bijna iedere maand wel een nieuwe column. Tot mijn plezier — en soms mijn verbazing — werden ze ook nog gelezen.

In 2019 verzamelde ik 31 van mijn favoriete pennenstreken in het boekje Een jaartje bloggen – een bundel pennenstreken. En de afgelopen tijd werkte ik aan mijn levensverhaal, misschien wel de langste column die ooit uit mijn toetsenbord is gekomen.

Maar nu wordt het tijd om achter mijn columns voor De Componist geen komma meer te zetten, maar een punt. Niet omdat de inspiratie op is of omdat mijn verhalen te lang worden (al zullen daarover ongetwijfeld verschillende meningen bestaan), maar gewoon omdat het goed is zo.

Mijn pen verdwijnt niet voorgoed. Voor een verslagje van een mooie, of soms droevige  gebeurtenis zal ik hem vast nog weleens oppakken.

Maar de columns voor De Componist sluit ik hiermee af. Met een glimlach. En met een punt.

Ernst
10 juli 2026

DE VINDERSBLIK

Happy Hour in de ontmoetingsruimte van ons complex, de Dirigent.
In het halletje staat een van de bezoeksters met haar tablet te bellen. Haar stem klinkt ongerust
en ik hoor dat ze haar smartphone kwijt is, misschien bij de Lidl heeft laten liggen toen ze daar boodschappen heeft gedaan. Ik bestel bij de bar een glaasje koele witte wijn en ga ermee aan een nog lege tafel zitten. De twee grote tafels zijn aardig bezet, daar ga ik me niet tussen dringen.
De vrouw die haar smartphone kwijt is, loopt een beetje rusteloos heen en weer. Het is haar niet gelukt om telefonisch contact te krijgen met de Lidl. Als ze bij mij komt te staan, bied ik aan even naar dat filiaal te gaan om te vragen of het telefoontje daar gevonden is. En ik vraag haar of ze wel goed gekeken heeft in haar tas of boodschappenwagentje? Ja, dat heeft ze. Het ding is gewoon nergens te vinden!
De twee vrijwilligers die vandaag achter de bar staan komen ook aan dit tafeltje zitten. Er ontstaat een gesprekje over het onderwerp en ik vertel dat het er volgens mij op aankomt dat je met een vindersblik gaat kijken, niet met een zoekersblik. Een voorbeeld: als mijn zoon vroeger iets wilde pakken, laten we zeggen ‘n paar sokken, vroeg hij mij waar die sokken lagen. Als ik dan zei: “In de bovenste la, achterin, aan de linkerkant” (toch duidelijke informatie, zou je zeggen), kwam hij steevast terug met de opmerking dat de sokken niet te vinden waren en of ik ze wou pakken. Dan liep ik linea recta naar de bovenste la en mijn vingers pakten blindelings de betreffende sokken.
Hij had gezocht, ik had gevonden. Dat dat zijn twee verschillende manieren. De eerste manier heeft iets aarzelends, bij de tweede speelt een soort vertrouwen mee, een zeker weten.
De vrouw die haar telefoontje kwijt is, wil kennelijk de proef op de som nemen en gaat even weg. Na een kwartiertje komt ze terug, enthousiast zwaaiend met haar smartphone. Gevonden! Diep in een vakje van haar boodschappenwagentje. Iedereen juichen natuurlijk en eigenlijk zou ze een rondje kunnen geven, maar daarvoor zijn er te veel mensen aanwezig. Ik moet lachen en denk aan een van mijn lievelingscitaten, van Pablo Picasso, dat weer eens juist is gebleken: “Ik zoek niet, ik vind”.

Mia Meijer
7 juli 2026


Eerdere columns van Ernst vindt u hier


Eerdere columns en gedichten van Mia Meijer vindt u HIER


Eerdere column van Cato van der Ploeg



5 gedachten over “Columns”

  • Dank voor de tip Mia. Op een PC, een laptop en een tablet is prima te zien van wie welke column is. Die pagina’s hebben namelijk twee kolommen. Het blijkt echter dat dit minder goed te zien is op een mobiele telefoon. Wij hebben dit opgelost door onder iedere column ook nog een keer de naam van de auteur te plaatsen.
    De webredactie.

    • Klopt Ger. Natuurlijk geanonimiseerd maar waar gebeurd. Met 2-3 dagen in de week reed ik ruim 60.000 – 80.000 km per jaar. en zag ik de kleinste dorpjes in heel Nederland.

  • Weer een leuk verhaal. Soms denk ik “wat moet nu nog met de Nieuwsbrief van de componist” maar dan denk direct toch erg leuk om op de hoogte te blijven van de mensen en de plek waar we met plezier 12 jaar hebben gewoond.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *