Op deze pagina verschijnen zo nu en dan columns en/of gedichten, geschreven door medebewoners. Vindt u het leuk om ook eens zo’n column of gedicht te schrijven? Wij plaatsen deze graag. U kunt uw bijdrage dan insturen naar redactie@decomponist.info. Let erop dat de column en/of gedichten niet meer dan 500 letters en tekens bevatten en voeg zo nodig een bijpassende foto toe. Zorg dat u de foto in de hoogste resolutie toestuurt.

NOSTALGIE
Het schijnt zo te zijn dat naarmate je ouder wordt, je korte termijn geheugen minder wordt maar je lange termijn geheugen steeds beter. Dat is een van de dingen waardoor ik langzaam maar zeker niet meer kan ontkennen dat ik tot de ouderen behoor.
Vandaag vond ik op Whatsapp een filmpje met de titel “de jaren 60 en 70”. Het duurt maar vier minuten maar er zit voor uren aan herinneringen in. De ohhh ja’s waren niet van de lucht. Pure nostalgie dus.
De Solex van mijn vriendinnetje waarop ik, met haar achterop, mocht rijden als zij mij zondagsavonds naar het station bracht als ik weer voor twee weken soldaatje ging spelen. Gevaarlijke dingen vooral als je met 30 kilometer per uur een lekke voorband kreeg.
De kolenkit, wij hadden er twee, waarmee ik in de kelder (vier etages lager) kolen voor twee dagen moest halen. Naar beneden met de lege kolenkitten ging nog wel, maar vier etages naar boven was geen pretje. Bovendien zag je zo zwart als roet door het opscheppen en in de kolenkit gooien van de antraciet.
De knijpkat, een vooroorlogse alternatieve zaklantaarn, die mijn vader gebruikte als hij mijn broertje en ik naar vierhoog achter bij mijn opa en oma bracht, als wij daar een weekendje logeerden. Legergroen was hij en na vier etages had vader een zere hand van het ‘knijpen’.
De bandrecorder die wij voor het eerst zagen toen een collega van onze vader die meebracht tijdens een avondlijk bezoekje. Toen wij, volledig tegen onze zin, ’s avonds om acht uur naar bed moesten had die collega stiekem een microfoon onder ons bed had gezet. Iets wat mijn broertje en ik niet hadden gemerkt. Later hoorden onze vader en moeder en die collega dat wij niet zulke aardige dingen over die collega hadden gezegd. Ze hadden er hartelijk om gelachen zeiden ze.
Het lavet in de badkamer. Een soort kleine badkuip die destijds vooral werd geplaatst in sociale huurwoningen. Een uiterst onhandig ding waar je in moest klimmen als je eenmaal in de week “in bad” mocht. Het wonderlijke aan het ding was dat er ook een langzaam wasser in geplaatst kon worden. Dat scheelde de aanschaf van een dure wasmachine.
De toonbank in de platenzaak met daarin meerdere draaitafels. Regelmatig ging je daar naar toe. Dan zocht je een langspeelplaat uit, kreeg een koptelefoon op je hoofd en luisterde bijna de hele LP af om te kunnen beslissen of je die plaat wel wilde kopen. Als het druk was werd je er dringend op gewezen dat dat toch niet de bedoeling was. Eén of twee nummers vond de strenge verkoper genoeg, want er stonden immers nog andere mensen te wachten.
Het veelkleurige testbeeld op de televisie. Een testbeeld wat vooral verscheen bij storingen en die waren er destijds nogal eens. Het testbeeld wat ook verscheen als je de TV te vroeg inschakelde. Regelmatig zagen wij dat beeld als wij weer eens te vroeg bij de buurvrouw waren om Tante Hannie te kijken. De buurvrouw was een van de eerste die een televisie bezat en waar een hele reeks kinderen uit de straat op woensdagmiddag om vier uur naar ‘de verrekijker’ mochten komen kijken.
En zo waren er nog wel twintig andere beelden die mijn harde schijf activeerden. Het waren vier minuten die mijn middag weer goed maakten en die mij aanspoorden om helaas slechts enkele van die herinneringen hier op te schrijven.
Hoc est vivere bis vita posse priore frui.
“Wie van zijn/haar herinneringen kan genieten leeft tweemaal.”

Nu kan ik Nel niets meer vragen
Vandaag zit ik iets te naaien en heb ik een knoop nodig.Een blauwe knoop, en die kom ik in mijn ‘knopendoos’ niet tegen.
In zulke gevallen belde ik Nel altijd op en dan mocht ik meteen naar haar toe om in haar knopenvoorraad te kijken. Tijdens het zoeken vertelde Nel de verhalen die bij de verschillende knopen in haar opkwamen.
Die kleine witjes had ze over van een door haar ontworpen en gemaakte trouwjurk. De grote zwarte kwamen van een winterjas.
Het ronde knoopje van parelmoer, nog in z’n plastic verpakking, zat bij een deftig herenoverhemd dat ze ooit gekocht had.
Mijn moeder had ook zo’n knopendoos waar mijn vingers eindeloos in rond rommelden, en ook bij haar kwamen herinneringen op over de herkomst van de knopen. Maar mijn moeder is er al lang niet meer.
En nu kan ik ook aan Nel niets meer vragen.
“Nel hoe repareer ik het gaatje in dit vest?”
“Nel, vind je niet dat deze trui me dik maakt?”
“Nel, kan ik de kraag van deze jas veranderen? Ik vind hem zo groot!” (antwoord van Nel: “Niets aan veranderen, Mia. Zo hoort die kraag en die staat je heel mooi”.)
“Dank je Nel, voor die zijden lap stof. Daar ga ik mijn kussens mee overtrekken”.
“Nel, ik had succes met je tip die je me gaf om stukjes forelfilet aan die courgettesoep toe te voegen. Nog bedankt!”
“Nel, kan ik nog iets voor je doen?”
Nee, ik kan niets meer voor Nel doen.
Zij kan niets meer voor mij doen en aan haar kan ik niets meer vragen.
Zij is onlangs op 97-jarige leeftijd rustig overleden.
Rust zacht, lieve Nel.
Mia Meijer
14 april 2026
Eerdere columns van Ernst vindt u hier
Eerdere columns en gedichten van Mia Meijer vindt u HIER
Eerdere column van Cato van der Ploeg



Dank voor de tip Mia. Op een PC, een laptop en een tablet is prima te zien van wie welke column is. Die pagina’s hebben namelijk twee kolommen. Het blijkt echter dat dit minder goed te zien is op een mobiele telefoon. Wij hebben dit opgelost door onder iedere column ook nog een keer de naam van de auteur te plaatsen.
De webredactie.
Leuke collumn Ernst. Is dit een waar gebeurd verhaal? Maak je echt zulke lange ritten?
Klopt Ger. Natuurlijk geanonimiseerd maar waar gebeurd. Met 2-3 dagen in de week reed ik ruim 60.000 – 80.000 km per jaar. en zag ik de kleinste dorpjes in heel Nederland.
Weer een leuk verhaal. Soms denk ik “wat moet nu nog met de Nieuwsbrief van de componist” maar dan denk direct toch erg leuk om op de hoogte te blijven van de mensen en de plek waar we met plezier 12 jaar hebben gewoond.
Meesterlijke column, Cato!