Op deze pagina verschijnen zo nu en dan columns en/of gedichten, geschreven door medebewoners. Vindt u het leuk om ook eens zo’n column of gedicht te schrijven? Wij plaatsen deze graag. U kunt uw bijdrage dan insturen naar redactie@decomponist.info. Let erop dat de column en/of gedichten niet meer dan 500 letters en tekens bevatten en voeg zo nodig een bijpassende foto toe. Zorg dat u de foto in de hoogste resolutie toestuurt.

Rijbewijs
Vandaag herinnerde ik mij plotseling, dat het meer dan zestig jaar geleden is dat ik mijn eerste rijles kreeg en niet lang daarna slaagde voor mijn rijbewijs B-E. De rijlessen kreeg ik in een Volkswagen Kever, in de volksmond simpelweg Kever genoemd.
Toen in 1937/1938 de kever ontworpen werd door Ferdinand Porsche, had deze auto helemaal geen achterruit. Het was immers niet druk op de wegen, dus je keek vooral naar voren. Het was na de oorlog – toen de werkelijke kever productie begon – dat men inzag dat zicht naar achteren wenselijk was. Het resultaat was de kever met de gedeelde achterruit: de brilkever of spijlkever.
Ik kreeg les in een Kever die geen brilletje meer had maar een grotere, min of meer rechthoekige, achterruit. Het zicht naar achteren werd daardoor sterk verbeterd en achteruitrijden en inparkeren werd daardoor een stuk gemakkelijker. Op je examen moest je dan ook steevast laten zien dat je dat onderdeel van het autorijden beheerste. Stond je scheef of te ver van de stoep dan kon het zo maar zijn dat je zakte voor je examen.
Uiteindelijk mocht ik na ongeveer twintig rijlessen op voor het examen en kon ik eindelijk aan de examinator bewijzen dat ik de Kever volledig in mijn macht had. Bij terugkomst nodigde de examinator mij uit om aan een tafeltje plaats te nemen. “U moet toch nog wat meer in uw spiegels kijken, meneer Leupen, en vooral ook links en rechts over uw schouders. En let vooral ook op uw snelheid want die borden van 50 staan er echt niet voor niets. Maar al met al, al is het met een zesje, bent u toch geslaagd”. Er ontsnapte mij een zucht van verlichting want nog eens twintig lessen zou mijn faillissement hebben betekend. Wonder boven wonder mocht je met dat rijbewijs ook gelijk een caravan trekken terwijl je daar natuurlijk in het geheel niet voor geoefend had. Op campings leverde dat, tot op de dag van vandaag, amusante tonelen op.
Veel later, na zeker 50 jaar ervaring in diverse eigen en andere auto’s, ging ik nog eens op voor een rijbewijs. Nee, niet omdat dat gezien mijn leeftijd zou moeten, maar omdat ik in mijn opperste wijsheid had besloten een volledig taxi-rijbewijs te gaan halen. Het leek mij leuk om na mijn pensionering het land door te rijden voor mijn mensen, die niet meer gebruik konden maken van het openbaar vervoer.
Vijf jaar lang heb ik daarna door heel Nederland aardige mensen van A naar B gereden en genoten van de verhalen die mijn passagiers, meestal ongevraagd, aan mij vertelden. Een paar daarvan hebben jullie inmiddels gelezen. Gelukkig hoef ik zelf nog niet uit de auto geholpen te worden.
Ernst
30 maart 2026

Nu kan ik Nel niets meer vragen
Vandaag zit ik iets te naaien en heb ik een knoop nodig.Een blauwe knoop, en die kom ik in mijn ‘knopendoos’ niet tegen.
In zulke gevallen belde ik Nel altijd op en dan mocht ik meteen naar haar toe om in haar knopenvoorraad te kijken. Tijdens het zoeken vertelde Nel de verhalen die bij de verschillende knopen in haar opkwamen.
Die kleine witjes had ze over van een door haar ontworpen en gemaakte trouwjurk. De grote zwarte kwamen van een winterjas.
Het ronde knoopje van parelmoer, nog in z’n plastic verpakking, zat bij een deftig herenoverhemd dat ze ooit gekocht had.
Mijn moeder had ook zo’n knopendoos waar mijn vingers eindeloos in rond rommelden, en ook bij haar kwamen herinneringen op over de herkomst van de knopen. Maar mijn moeder is er al lang niet meer.
En nu kan ik ook aan Nel niets meer vragen.
“Nel hoe repareer ik het gaatje in dit vest?”
“Nel, vind je niet dat deze trui me dik maakt?”
“Nel, kan ik de kraag van deze jas veranderen? Ik vind hem zo groot!” (antwoord van Nel: “Niets aan veranderen, Mia. Zo hoort die kraag en die staat je heel mooi”.)
“Dank je Nel, voor die zijden lap stof. Daar ga ik mijn kussens mee overtrekken”.
“Nel, ik had succes met je tip die je me gaf om stukjes forelfilet aan die courgettesoep toe te voegen. Nog bedankt!”
“Nel, kan ik nog iets voor je doen?”
Nee, ik kan niets meer voor Nel doen.
Zij kan niets meer voor mij doen en aan haar kan ik niets meer vragen.
Zij is onlangs op 97-jarige leeftijd rustig overleden.
Rust zacht, lieve Nel.
Mia Meijer
14 april 2026
Eerdere columns van Ernst vindt u hier
Eerdere columns en gedichten van Mia Meijer vindt u HIER
Eerdere column van Cato van der Ploeg



Dank voor de tip Mia. Op een PC, een laptop en een tablet is prima te zien van wie welke column is. Die pagina’s hebben namelijk twee kolommen. Het blijkt echter dat dit minder goed te zien is op een mobiele telefoon. Wij hebben dit opgelost door onder iedere column ook nog een keer de naam van de auteur te plaatsen.
De webredactie.
Leuke collumn Ernst. Is dit een waar gebeurd verhaal? Maak je echt zulke lange ritten?
Klopt Ger. Natuurlijk geanonimiseerd maar waar gebeurd. Met 2-3 dagen in de week reed ik ruim 60.000 – 80.000 km per jaar. en zag ik de kleinste dorpjes in heel Nederland.
Weer een leuk verhaal. Soms denk ik “wat moet nu nog met de Nieuwsbrief van de componist” maar dan denk direct toch erg leuk om op de hoogte te blijven van de mensen en de plek waar we met plezier 12 jaar hebben gewoond.
Meesterlijke column, Cato!