Tegenover mij in lijn 3 is een oudere man met wat langer krullend grijs haar komen zitten. Kennelijk heeft hij een huurauto teruggebracht want in zijn hand houdt hij een envelopje van AVIS en moet hij nu terug naar huis met de tram. Zo nu …
3 Mannen en een glas Glühwein De hele koelkast leeg! Nu moet ik wel naar de supermarkt om van alles aan te vullen.Het wordt een flinke hoeveelheid levensmiddelen en vooruit, ik voeg er ‘n fles Glühwein aan toe, om mezelf te verwennen. Terwijl ik alles …
Soms, heel soms, gaan wij op vrijdagavond nog wel eens voor een lekkerbekje. Uiteindelijk is de vrijdagavond ooit de visdag geweest! Wij gaan dan niet voor zo maar een lekkerbekje, maar voor een ‘lekkerbekje’ van de echte visboer.
In onze buurt is dat de visboer op de hoek van de Kijkduinsestraat en de Wijndaelerweg. Die visboer staat daar zeker al zo’n 50 jaar, als het niet langer is. Al enkele tientallen jaren verkoopt hij niet alleen vis, maar heeft hij het assortiment uitgebreid met allerlei snacks, zoals patat, kroketten, frikadellen, diverse broodjes en andere, eigenlijk niet zo bijster gezonde vettige, happen. Hij bleef natuurlijk wel haring en allerlei soorten verse vis verkopen. En zijn lekkerbekjes en niet vergeten de kibbeling bleven en blijven de besten van de omgeving.
Gisterenavond was het weer eens zover. “Wij eten vanavond lekkerbekjes, wil jij ze even halen”, vroeg mijn liefhebbende echtgenote. Ik sloot mij rond zes uur aan bij een behoorlijke rij. De andere wachtenden wachtten echter allerminst op verse vis of lekkerbekjes.
Met open mond hoorde ik de bestelling aan van twee ‘vol slanke’ dames, kennelijk een moeder en een dochter. De moeder begon met haar order; “Mag ik van jou één patatje oorlog, één frikadel speciaal, één broodje speklap, één broodje kroket, één balletje gehakt met mayo en een milkshake. Dat is het. “ In de veronderstelling dat de dames dat samen zouden gaan oppeuzelen, draaide ik mijn hoofd om te zien of mijn lekkerbekjes klaar waren. Dat was nog niet zo. Tot mijn stomme verbazing hoorde ik naast mij de dochter zeggen ”en voor mij dan één patatje oorlog, één broodje speklap, één frikadel speciaal, één broodje kroket en één balletje gehakt met veel mayo”.
Mijn lekkerbekjes waren bijna klaar en de bestelling van de moeder inmiddels kennelijk ook. Daar waar ik verwachtte dat ze alles in één tas zou doen om mee te nemen naar de rest van de familie thuis, gebeurde er iets onverwacht. De hele bestelling werd meegenomen naar een statafel, je weet wel zo’n hoge op 3 poten, en daar begon moeder aan haar lekkernijen.
“Wilt U een sausje bij Uw lekkerbekjes, meneer? “ vroeg de man achter de toonbank. Ik sloeg het genereuze aanbod af. Dus werden de lekkerbekjes alleen bestrooid met wat viskruiden en vervolgens gewogen en ingepakt.
Intussen was ook de bestelling van de dochter gereed en zij schoof onmiddellijk aan bij haar moeder. Beide dames begonnen aan hun, voor mij, schier ongelofelijke avondmaaltijd. Intussen regelmatig hun monden en handen afvegend met een papieren servetje.
De vrijdag is voor hen kennelijk niet meer de traditionele visdag maar de “ongezonde hap dag” . Alhoewel ik de indruk kreeg dat dit voor hen zeker niet de enige avond in de week was, waarop zij zichzelf trakteerden op een dergelijke “maaltijd”.
Ik fietste met mijn 2 lekkerbekjes op mijn gemak naar huis. Toen mijn echtgenote onze traktatie uitpakte om op de borden te leggen mopperde zij binnensmonds “jemig wat een grote”.
Nog niet zo gek lang geleden vierden wij, op een zonnige zaterdagmiddag, met een groot aantal medebewoners het feit dat ons prachtige wooncomplex, De Componist, 10 jaar bestaat. Tien jaar alweer, wat vliegt die tijd. Tijdens dit geslaagde feestje, fantastisch georganiseerd door onze activiteitencommissie, werd …
Op verschillende plekken in ons appartementencomplex worden door de bewoners boeken neergelegd. Op een tafeltje of op een brede vensterbank. In het gedeelte waar ik woon is dat een vensterbank. Er wordt goed gebruik van gemaakt: boeken worden neergelegd, meegenomen, gelezen en vaak weer teruggelegd voor een volgende liefhebber.
Het viel mij de afgelopen week op dat er verhalenbundels werden neergelegd uit een serie waaraan ik destijds ook heb meegewerkt. Een ingezonden verhaal bracht al gauw vijftig gulden op en dat was voor die tijd een aardige bijverdienste. Ik bekeek de bundels en … een muffe geur kwam mij tegemoet. Nu begreep ik waarom mijn vader destijds weigerde tweedehands boeken te kopen. Hij was bang dat ze zouden stinken. Dat heb ik altijd voor een smoesje gehouden, maar bij deze boeken merkte ik dat boeken inderdaad kunnen ‘stinken’. Eerlijk gezegd heb ik het rijtje verhalenbundels opgepakt en ze in de papiercontainers gegooid. Niemand leest zo’n muf ruikend boek meer. Terwijl ik dat deed viel mijn oog op een paar boeken die in de container lagen en mij – zo leek het althans – verlangend aankeken.
“Neem ons mee!” schenen ze me te vragen. Ik pakte de drie boeken, die bovenop elkaar lagen en zag dat het de bekende trilogie betrof van Trygve Gulbranssen, uitgegeven door Stok te ‘s-Gravenhage. Drie boeken die destijds in de boekenkast van mijn ouders stonden en die ik op lange winteravonden steeds weer opnieuw las: Een eeuwig zingen te bossen, Winden waaien om de rotsen en De weg tot elkander. Beroemde boeken! Voorzichtig haalde ik ze tevoorschijn. Het leek wel of ik oude vrienden weer begroette. Ze zagen er piekfijn uit, met de bekende illustraties van Anton Pieck. Nu staan ze in mijn boekenkast en als over een tijdje de avonden weer langer worden, ga ik ze opnieuw lezen. Mocht degene die ze in de papiercontainer heeft gedeponeerd dit verhaal lezen, dan kan hij/zij op deze column reageren en een flinke beloning van mij tegemoetzien!
Ouder worden is onvermijdelijk en brengt vaak gevoelens van angst en onzekerheid met zich mee. We zijn bang voor de veranderingen in ons lichaam, voor de afhankelijkheid van anderen en voor de gedachte dat we niet meer zo actief en energiek kunnen zijn als vroeger. …
Ik laad je op Geen mens te zien op de Laan van Meerdervoort, dat gebeurt niet vaak.Wel af en toe flink lawaai als oude rails opgetakeld en in gereedstaande containers worden gestort. Overal staat apparatuur waarmee de wegwerkzaamheden verricht worden.Tijdens het lopen valt mijn oog …
Het was een van de weinige zonnige zondagmiddagen van de laatste weken toen wij op onze e-bikes op de Laan van Meerdervoort werden gepasseerd door een man op een Solex, in een lange leren jas en een Willempie helm op zijn hoofd. Het deed mij ogenblikkelijk denken aan de tijd dat ik ook een brommertje had.
Wij schrijven 1963 toen ik van mijn eerste loon een sportievere Typhoon kocht. Mijn vriend had een Berini Jeunesse. De Typhoon had vier versnellingen maar de Berini van mijn vriend had er maar twee. Het voordeel van vier versnellingen was dat je bij een stoplicht veel eerder weg was dan de andere brommers, zelfs eerder dan een Puch of een Tomos, de brommers van de ‘hippies’. Mijn brommertje had een buddyzit.
Te midden van al die Puch’s en Tomos’ in Den Haag vielen wij eigenlijk een beetje uit de toom. Maar wij voelden ons zelf dan ook geen hippies en op zo’n Puch zadel zat je ook niet echt lekker. Maar nog veel belangrijker – op een buddyzit zaten de meisjes veel dichter tegen je aan. Er bestond nog geen helmplicht en dus wapperden onze toen nog aanwezige haren in de wind.
Gezagsgetrouw als wij in die tijd waren, lieten wij onze brommers niet opvoeren. Toch haalden wij met veel gemak een snelheid van zo’n veertig kilometer per uur. Met een beetje meewind haalden wij wel vijftig. Wij vonden dat hard zat.
Het lijkt onwaarschijnlijk en het is geen opschepperij maar op die twee brommertjes reden wij in de zomervakantie van 1963 via Duitsland naar Zwitserland waar wij uiteindelijk op onze eindbestemming in Rapperswil belandden. In de bergen bereikte ik meestal als eerste de top, geholpen door mijn vier versnellingen. Soms moest ik zelfs wel tien minuten wachten voordat mijn vriend aan kwam tuffen. Een blauwe walm achter zich latend.
De Solex kwam wat later in de zestiger jaren in mijn leven toen mijn vriendinnetje regelmatig de Solex van haar moeder mocht gebruiken als ik zondagsavonds naar de trein moest worden gebracht om soldaatje te gaan spelen in ‘t Harde. Het rijden op een Solex vereiste een speciale techniek. Eerst een klein stukje fietsen en dan met de hendel voor het stuur het motortje op het voorwiel duwen. Als de motor wilde aanslaan hoefde je vanaf dat moment niet meer te trappen. Je moest alleen geen lekke voorband krijgen want dan werd het een levensgevaarlijk avontuur.
Het is inmiddels pure nostalgie. Zo nu en dan, zoals nu, kijk ik met plezier terug op die vervlogen jaren. Het had nog iets romantisch. Samen een eindje toeren, stevig tegen elkaar aan op de buddyzit, zonder helm, de haren wapperend in de wind.
De Solexen rijden dus nog steeds. Wie weet kruipen wij samen nog wel eens op zo’n typisch product van de jaren vijftig. Met een Willempie helm en een lange leren jas. Helaas heeft een Solex nog steeds geen buddyzit.
De hele zalm Als ik alle bewoners van De Componist tot mijn buren reken, kan ik zeggen dat ik vanmiddag in de supermarkt naast een van mijn buurvrouwen stond. Ik bestudeerde de vitrine met het vegetarische aanbod, zij stond bij de vis en zocht onder …